05/10/2026
Elke heilige zijn eigen processiemars!
Collega Giovanni botste op een merkwaardig genre in onze enorme collectie hafa-muziek: de processiemars!
Hier zijn relaas:
"Blasius, Jozef, Hiltrudis, Agatha, Andreas, Ursmarus, Theresia, Klara, Lucia, Virgo Maria, Jeanne d'Arc: voor zowat elke heilige bestaat een processiemars, zelfs meerdere. Als ze niet de heiligennaam dragen, krijgen ze devote titels mee: Hulde aan ons geloof; Vox populi, vox Dei; Ave Christe; Gloria in excelsis Deo,...
In de collectie van de Antwerpse conservatoriumbib worden er heel wat bewaard. De processiemars, het was ruwweg een fenomeen tussen 1870 en 1950 en dan vooral in Spanje, Italië, de katholieke gebieden van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, in België en de zuidelijke Nederlanden.
Duizenden zijn er geschreven, het was een lucratief handeltje. Vooral componisten uit Wallonië en het Brusselse waren er bedreven in. Ook muziekkorpsen uit de buurlanden vielen op hun werken terug. Niet zelden stampte de componist zijn eigen uitgeverij uit de grond, waarmee ze uiteraard niet alleen hun processiemarsen uitgaven: Louis Meeus uit Londerzeel, bijvoorbeeld, net als Jules-Emile Strauwen (Brussel), Le Pavillon van Octave Filsfils in Ciney, Armand De Baeremaeker (Harmonia, Brussel), Gaston De Hauwere (Gaspy, Dendermonde). Andere en/of grotere spelers konden niet uitblijven: Buyst, L'echo en L'essor musical, Le réveil musical (allevier in Brussel), Tierolff (Roosendaal) en Molenaar uit Wormerveer.
Er zijn écht pareltjes bij en hier en daar merk je ook wel wat bandwerk. Het stramien was net als bij andere marsen bijna altijd hetzelfde. De marche de procession was een stapmars, weliswaar een pak trager dan de gewone (80 in plaats van 120 stappen per minuut), tenzij voor boeteprocessies of op Goede Vrijdag steevast in majeur, plechtstatig en verheven om het allerhoogste te verheerlijken, in een ABA-vorm met een trio in de sudominant, soms ook in de dominanttoonaard, focus op de warme midden- en lagere registers, ingehouden slagwerk, vloeiende gedragen melodieën, meermaals gebaseerd op herkenbare religieuze gezangen.
Niet zelden was een dergelijke mars een persoonlijke aangelegenheid voor de componist: Louis Gasia uit Hoegaarden schreef 'La Saint-Louis' ter ere van zijn eigen naamheilige en 'Sancta Maria' componeerde hij bij de terugkeer uit Büchenwald van zijn zoon Albert. Romain Kumps uit Overijse schreef 'St.-Johan' en 'Saint-Marcel' voor zijn zonen die dezelfde naam droegen.
In Zuid-Nederland is de traditie nog levendig. Jan Cober nam in 2002 met de Koninklijke Harmonie Sainte Cecile uit Eijsden enkele processiemarsen op. Deze 'Gouden korenaren' van Paul Gilson is er één van: https://www.youtube.com/watch?v=htBO-gNW66A
Bronnen: Collectie Bibliotheek Koninklijk Conservatorium Antwerpen"