De Wereld Morgen

De Wereld Morgen Onafhankelijke kritische journalistiek | Onbeschaamd geëngageerd | geen paywall www.dewereldmorgen.be DeWereldMorgen.be is van u.

Mensen die zich zorgen maken over mensenrechten, sociale rechtvaardigheid of het milieu, moeten begrijpen dat ze uiteindelijk niets kunnen veranderen zolang ze de media niet veranderen - Robert McChesney


Online nieuws dat er toe doet. Wars van elke commerciële logica: geen aandeelhouders, managers of mediamagnaten. Bouw mee aan DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/doe-mee

Steun DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/steun

Terwijl politici bewapening steeds vaker voorstellen als noodzaak, pleit Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV, v...
12/06/2026

Terwijl politici bewapening steeds vaker voorstellen als noodzaak, pleit Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV, voor een ander idee van veiligheid: betaalbare zorg, onderwijs, woningen en een sterke samenleving. “Een betere toekomst voor onze kinderen bouw je niet met oorlogstuig”, zegt hij in dit uitgebreide interview.

Vrede is uit, en militarisering is in. Althans, zo lijkt het soms. Survival-kits vliegen je om de oren en als we de politiek en de media mogen geloven, staan de Russen al zo goed als aan onze voordeur. Toch zijn er nog veel mensen en organisaties die pleiten voor een ander narratief. Een narratief waarin 17-jarigen niet leren hoe ze met dodelijke wapens om moeten gaan, en waarin onze veiligheid wordt gewaarborgd door sociale zekerheid, niet door een wapenwedloop.

Zo iemand is Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV en medeorganisator van de vredesbetoging op zondag 14 juni. Voor hem is vrede gefundeerd in sociale strijd. Niet enkel omdat hij voor de vakbond werkt, maar omdat het volgens hem niet meer dan realistisch is: “In Oekraïne en Palestina zie je dat het de gewone mensen, en dus de werknemers zijn, die de hoogste prijs betalen voor oorlog.”

In dit interview vertelt Gryp waarom vrede ook een vakbondsthema is, wie profiteert van de stijgende defensie-uitgaven en waarom protest volgens hem wel degelijk zin heeft.

Voor veel mensen zal het misschien niet meteen duidelijk zijn, wil je uitleggen waarom vrede ook een vakbondsthema is?

“Ja, uiteraard. Vrede is eigenlijk een sociale strijd, want wanneer regeringen massaal investeren in defensie, dan is dat natuurlijk met geld dat niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het is rijkdom dat gecreëerd is door werknemers, wat ze vervolgens uitgeven aan wapens.”

“En als men geld investeert in defensie, kan dat niet worden geïnvesteerd in onze sociale zekerheid, in publieke dienstverlening, in scholen. Dat is nogal wiedes, lijkt me. Hierdoor is de strijd voor vrede en dus het protest tegen te hoge defensie-uitgaven meteen ook een sociale strijd. En dat is een strijd die wij vanuit het ACV altijd al gevoerd hebben en zullen blijven voeren.”

“Daarnaast hebben we ook veel wereldwijde contacten met vakbonden en syndicalisten, bijvoorbeeld in Oekraïne en Palestina. Daar zie je heel duidelijk dat het de gewone werknemers zijn die de hoogste prijs betalen bij oorlog. Niet alleen op vlak van inkomen of veiligheid, maar ook op het vlak van basisbehoeften zoals een eigen woning, voeding, en in het ergste geval laten sommigen natuurlijk ook hun leven.”

Dus de gewone werknemer betaalt de prijs van militarisering. Wie profiteert er dan?

“Ik denk dat ik eigenlijk vrij kort kan zijn in dat antwoord. Als je kijkt naar de wapenaankopen van de Europese NAVO-landen: twee derde van die aankopen gebeurt in de Verenigde Staten. Het is dan ook weinig verrassend dat de stuwende kracht of degene die probeert om ons vijf procent van ons bbp te laten investeren in militarisering en wapens, dat dat de Amerikanen zijn.”

“De Verenigde Staten hebben al decennialang een enorme oorlogsindustrie die telkens maar weer moet gevoed worden, hetzij door een oorlog, hetzij door nu de uitgaven van de andere NAVO-landen op te krikken. Dus ik denk dat het niet zo moeilijk is om te zien wie daarvan profiteert.”

Militarisering lijkt de laatste tijd de normaalste zaak van de wereld. Alsof er geen alternatief is. Hoe komt dat?

“Je ziet inderdaad dat er stemmen zijn die dat proberen te normaliseren en doen alsof dat gezien de geopolitieke omstandigheden de normaalste zaak van de wereld is. In ons land zijn Theo Francken en Bart De Wever daar bijvoorbeeld de spreekbuizen van.”

“En zo worden mensen bang gemaakt. Als je kijkt naar de mening van mensen in de laatste peiling van De Standaard en de VRT, dan zie je dat heel veel Belgen wantrouwig zijn ten opzichte van grootmachten zoals de VS en nog altijd sterk geloven in Europese samenwerking en in de NAVO. Dus, ja, ik denk toch dat we meer maatschappelijk debat nodig hebben dat militarisering in vraag stelt.”

“Je ziet ook in andere landen, zoals in bijvoorbeeld Spanje, dat militarisering niet zo dominant hoeft te zijn. Dat het geen natuurwet is.”

Lees de rest van het interview in het artikel hieronder.

Terwijl politici bewapening steeds vaker voorstellen als noodzaak, pleit Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV, voor een ander idee van veiligheid: betaalbare zorg, onderwijs, woningen en een sterke samenleving. “Een betere toekomst voor onze kinderen bouw je niet met oorlogstuig”, zegt h...

De voorbije weken lees ik veel berichten over langdurig zieken, zo schrijft Nancy Wynthein. Over cijfers, over kosten en...
12/06/2026

De voorbije weken lees ik veel berichten over langdurig zieken, zo schrijft Nancy Wynthein. Over cijfers, over kosten en over systemen die onhoudbaar zouden zijn. Maar achter die cijfers zitten mensen. Mensen zoals ik.

Ik ben verpleegkundige. Geen profiteur. Niet iemand die ervoor gekozen heeft om thuis te zitten, integendeel.

In 1999 kreeg ik de diagnose SLE, een chronische en ongeneeslijke auto-immuunziekte. Ik was toen 27 jaar en werkte voltijds als verpleegkundige én teamverantwoordelijke. Toen mijn lichaam begon te protesteren, ben ik niet gestopt. Ik ben verminderd gaan werken: eerst 75 procent, daarna 50 procent via progressieve tewerkstelling.

Meerdere keren ben ik volledig uitgevallen, maar telkens probeerde ik opnieuw terug te keren. Van 2005 tot 2008 was ik thuis. Ik nam toen dagelijks 350 mg morfine om toch maar te kunnen blijven werken, tot mijn reumatoloog besliste dat het zo niet verder kon. Van 2013 tot 2015 viel ik opnieuw uit. Daarna begon ik opnieuw met negen uur per week. Ik smeerde boterhammen voor het avondmaal op de afdelingen, bouwde mijn uren op naar twaalf uur per week en werkte zo verder tot 2020.

Van 2020 tot 2024 ben ik opnieuw thuis geweest. Enerzijds omdat ik als risicopatiënt met SLE extra kwetsbaar was tijdens corona, anderzijds omdat ik werkte met bewoners uit risicogroepen. Tegelijk kende mijn ziekte opnieuw zware opstoten.

In 2024 ben ik opnieuw gestart met 4,5 uur per week als huismoeder op een afdeling. Daarna ging ik naar zeven uur en vandaag werk ik negen uur per week. Door het personeelstekort werd mij gevraagd opnieuw mee in de zorg te staan. Natuurlijk heb ik dat gedaan. Zorg dragen zit in mijn hart. Maar mijn lichaam liet mij opnieuw in de steek. Virussen, infecties en longontstekingen volgden elkaar op. Vandaag werk ik als verpleegkundige in het dagcentrum, telkens van 14 tot 17 uur.

Toch lees ik tegenwoordig steeds vaker berichten waarin langdurig zieken bijna worden voorgesteld als een last voor de maatschappij. Dat doet pijn. Want veel langdurig zieken zouden niets liever willen dan gezond zijn. Niets liever dan kunnen werken zonder voortdurend hun energie te moeten verdelen of hun grenzen te moeten bewaken.

Chronisch ziek zijn is niet opgeven. Het is elke dag opnieuw aanpassen, verliezen incasseren en toch blijven proberen. Natuurlijk zullen er mensen zijn die misbruik maken van het systeem. Zoals in elk systeem. Maar de overgrote meerderheid van de langdurig zieken zijn mensen die liever vandaag dan morgen gezond zouden zijn. Mensen die jarenlang geprobeerd hebben te blijven werken. Mensen die zichzelf voorbijgelopen zijn. Mensen die elke dag opnieuw moeten leren leven met pijn, vermoeidheid, beperkingen en verlies.

Naar aanleiding van mijn getuigenis ontving ik reacties van verschillende politieke kabinetten en organisaties. Wat mij daarbij vooral opviel, was dat telkens dezelfde boodschap terugkwam: achter elk dossier zit een mens. Mensen die erkenning, begrip en ondersteuning verdienen in plaats van wantrouwen of stigmatisering.

Ik schrijf dit niet om medelijden te krijgen. Wel omdat ik hoop dat we nooit vergeten dat achter elk dossier een mens schuilt. Soms iemand die jarenlang voor anderen heeft gezorgd. Soms iemand die elke dag opnieuw moet omgaan met pijn, vermoeidheid en beperkingen. Soms iemand die alles heeft gedaan om te kunnen blijven werken.

En soms is dat een verpleegkundige.

Hier wil ik expliciet mijn werkgever, WZC Ten Anker Nieuwpoort, bedanken. Al 33 jaar krijg ik er kansen. Men kijkt er niet alleen naar wat ik niet meer kan, maar ook naar wat nog wél mogelijk is. Er wordt meegedacht, aangepast en gezocht naar oplossingen. Dat is voor langdurig zieken van onschatbare waarde.

Ook mijn collega's van het dagcentrum verdienen een bijzondere vermelding. Zij kennen mijn verhaal, weten welke strijd ik soms lever, maar steunen mij desondanks volledig. Ze tonen begrip wanneer het moeilijk gaat, moedigen mij aan wanneer ik twijfel en zorgen ervoor dat ik mij deel voel van het team. Die steun is niet in cijfers uit te drukken, maar betekent vaak het verschil tussen opgeven en blijven proberen.

"Vandaag wil ik het hebben over de kracht en de impact van taal", getuigt Flotilla deelnemer Isja Puissant uit Gent die ...
12/06/2026

"Vandaag wil ik het hebben over de kracht en de impact van taal", getuigt Flotilla deelnemer Isja Puissant uit Gent die net terug is uit illegale gevangenschap in Israël. "Over hoe de woordkeuze rond Israëlisch geweld, bezetting en genocide in de Westerse mainstream media verre van onschuldig is. Over hoe het stilzwijgen van overheden Israëlisch geweld aanwakkert."

De afgelopen anderhalve maand zeilde ik mee met de Global Sumud Flotilla, een vloot met humanitaire hulp voor de mensen in Palestina. Een eerste aanval op de Flotilla gebeurde ondertussen een dikke maand geleden: 22 van onze schepen werden in internationale wateren geënterd.

Volgens de Vlaamse mainstream media werden de boten "onderschept" en de opvarenden "opgepakt". In het beste geval werd het woordje “illegaal” tussen aanhalingstekens toegevoegd. Zo minimaliseren de media het Israëlisch geweld structureel. Deze keer op de vloot, maar eigenlijk elke dag opnieuw, op de Palestijnen.

Na hun illegale detentie getuigden verschillende mensen, ook Belgen, over het misbruik en de foltering die ze zagen of zelf ondergingen. Die getuigenissen waren beschikbaar, maar werden helemaal niet opgepikt. De meeste Europese overheden, op een paar uitzonderingen na, hulden zich in stilzwijgen.

Vandaag, nadat ik weken later hetzelfde lot onderging, wil ik jullie een bundeling van die getuigenissen geven. Ik wil jullie vertellen wat de media niet nieuwswaardig vonden. Wat de overheden lieten passeren.

Belangrijk: wat ik hier vertel, is een momentopname. Onze mensen werden door het Israëlisch leger aangevallen en 40 tot 72 uur later weer vrijgelaten. De luxe van deze tijdelijkheid en paspoortbescherming hebben de Palestijnen absoluut niet.

Zij leven al 78 jaar onder een uitzichtloze bezetting. Al jaar en dag worden Palestijnen lukraak van straat geplukt en opgesloten, zonder proces. Meer dan één op de drie Palestijnen — kinderen inbegrepen — heeft zo tijd in de gevangenis doorgebracht.

Alles wat ik jullie vertel, is slechts een kleine glimp van wat de Israeli Occupation Forces (IOF) dagelijks aanrichten. Institutioneel geweld dat genormaliseerd wordt, en steeds vaker naar Europa geïmporteerd. Voor de toekomst van alle kinderen zeggen we: NO PASARAN!

In de nacht van 29 op 30 april werd een razzia op onze vloot uitgevoerd. Schepen werden geënterd, militairen stormden het dek op en gewone burgers werden met machinegeweren bedreigd. 185 burgers, onder hen ook vijf mensen uit de Belgische delegatie, werden ontvoerd naar een centraal 'deportatiecentrum' op een Israëlisch militair schip. De speciaal gebouwde containers op dit schip waren, volgens onze technische teams, kort tevoren in Europa(!) aan het schip vastgemaakt.

Ieders bezittingen werden afgepakt en mensen werden uitgekleed en grondig gefouilleerd, soms vergezeld van seksueel geweld. Daarna kreeg iedereen een nummer. Cat, Elly, Evelien, Roumyana en Charlotte van de Belgische delegatie bestonden niet meer. Nummer 23, 58, 78, 105 en 179 waren geboren. Tijdens de illegale detentie werden mensen in isolatie geplaatst, in elkaar geslagen, beschoten met rubberen kogels en aangerand. 34 mensen werden achteraf naar het ziekenhuis afgevoerd.

Na deze eerste interceptie zweeg de Belgische overheid, die op de hoogte was, in alle talen. Geen enkele veroordeling. Geen tweets. Helemaal niets. Ook de media vonden dit schijnbaar normaal, want ook daar was de aandacht beperkt.

In deze razzia, de diefstal, het geweld, het dehumaniseren van mensen door te nummeren, zitten elementen die belletjes doen rinkelen rond wat we leren over de Holocaust — over wat het gezin van mijn overgrootmoeder Rachel overkwam. Wat we niét lijken te leren, is dat dit dagelijkse praktijken zijn in Israël, die ondertussen ook steeds meer bij Europese politie-eenheden zoals Frontex doorsijpelen.

Want nu jullie dit horen, weten jullie dat de rest van de Flotilla en ikzelf verder escalerend geweld ondergingen. Omdat er na de eerste illegale interceptie amper veroordelingen van regeringen en media kwamen, kon Israël bij de tweede interceptie een tandje bijsteken. En dat hebben ze gedaan.

Op 19 mei startte de tweede illegale interceptie. Ik zorg graag voor de mensen om me heen en ging met die mindset het gevangenschap in. Het duurde, zelfs al wist ik dat mijn paspoort mij bescherming bood, 24 uur om mij te breken. Na 24 uur ging ik in volledige individuele overlevingsmodus. Ik werd geslagen, geschopt, afgeperst, vernederd en in een kooi opgesloten. Na 48 uur werd ik vrijgelaten.

Bij mijn terugkomst op de luchthaven was de media-aandacht even overweldigend. Uiteindelijk was er slechts een paar uur interesse voor onze verhalen. Ondertussen bleef het ook pijnlijk stil vanuit de Belgische regering. De minister van Buitenlandse Zaken tweette de Israëlische ambassadeur op het m***e te zullen roepen en daarmee lijkt de kous af.

Belgische burgers die door een zogenaamde “bondgenoot” gemarteld worden, er zijn andere katten te geselen. Ik citeer één van mijn mediacontacten: “Er is ander nieuws waarmee ze aan de slag moeten."

Ondertussen ben ik al even terug thuis. 9.600 Palestijnen blijven achter, vast in Israëlische folterkampen. 400 van hen zijn kinderen, ook zij ontsnappen niet aan de martelingen. Voor hen zijn er geen veroordelingen of media-aandacht, ondanks de vele rapporten van mensenrechtenorganisaties die de ongelooflijke gruwel die zij moeten doorstaan aan het licht brengen. Deze Palestijnen blijven vastzitten, zonder uitzicht op verbetering of vrijlating, in een wereld vol met haat.

Het gros van deze tekst schreef ik begin mei vanuit Griekenland. Ik schreef het als waarschuwing voor de schade die de onverschillige media aanricht en voor het geweld dat nog komen zou. Ik schreef het en verzond het naar mijn perscontacten, zonder gehoor.

Nu kan ik de tekst helaas aanvullen met mijn eigen ervaringen, precies waarvoor ik waarschuwde. De Vlaamse overheid bleef stil. De federale overheid bleef stil. De Europese overheden bleven stil. En de pers vindt dit niet prioritair genoeg om er aandacht aan te besteden.

Bij deze roep ik graag op om stemmen die het Israëlisch geweld aankaarten, een podium te geven. Niet in de eerste plaats mezelf, maar wel alle Palestijnen die na heel wat ontberingen in België aankwamen. Die proberen hier hun weg te vinden en die worden weggezet als onredelijk, wanneer ze hun verdriet en kwaadheid uitten. Laat hen vertellen waarom de onverschilligheid hen zo veel pijn doet en ik beloof jullie dat je het zal begrijpen.

Zoals één van mijn nieuwe vrienden het zo mooi verwoordde: het is tijd voor een re-love-lutie!

11/06/2026

Het Belgische leger is dringend op zoek naar nieuwe jonge rekruten en daarom willen de politici van het Federale Parlement graag met defensie adverteren op e-sports-, gaming- en livestreamplatformen. Daarvoor wonnen ze advies in bij de Vlaamse Jeugdraad, die dat advies onlangs publiceerde. Wij vragen jongeren wat zij van het plan denken.

Theo Francken ziet tegenwoordig één grote rode draad achter zowat elk protest. Zo blijkt uit een recente Facebookpost wa...
11/06/2026

Theo Francken ziet tegenwoordig één grote rode draad achter zowat elk protest. Zo blijkt uit een recente Facebookpost waarin hij klimaatactivisten, studenten, antiracisten, Palestina-activisten, vakbonden en actievoerders tegen onderwijsbesparingen in één beweging onderbrengt in wat volgens hem een extreemlinks project is.

Protesten als extreemlinkse projecten wegzetten is een bijzonder handige manier om naar maatschappelijke conflicten te kijken. Zodra je protest kunt herleiden tot een verborgen netwerk van activisten, hoef je het immers niet langer te hebben over waar dat protest eigenlijk over gaat. Dan verdwijnen klimaatverandering, onderwijsbesparingen, politiegeweld, mensenrechten of Gaza naar de achtergrond en verschuift alle aandacht naar de vermeende agenda van de mensen die zich organiseren.

Opvallend is daarbij hoe gretig Francken de recente huiszoekingen bij activisten van Code Rood aangrijpt als bevestiging van een verhaal dat hij al jaren vertelt. Uiteraard moeten mogelijke strafbare feiten onderzocht worden. Niemand staat boven de wet. Maar een gerechtelijk onderzoek is geen veroordeling. Zelfs als zou blijken dat bepaalde activisten strafbare feiten hebben gepleegd, volgt daar nog altijd niet uit dat volledige sociale bewegingen plots extremistisch zijn. Toch lijkt precies die sprong steeds vaker gemaakt te worden.

In Franckens verhaal gaat het bovendien niet alleen over Code Rood. Hij heeft het over Antifa, Black Lives Matter, Refugees Welcome, studenten, advocaten die activisten verdedigen en journalisten die volgens hem te weinig kritisch zijn voor links. Dat zijn bijzonder uiteenlopende groepen en personen, met verschillende doelstellingen, achtergronden en strategieën. Toch worden ze samengebracht in één verhaal waarin ze allemaal deel zouden uitmaken van hetzelfde probleem.

Wat een klimaatwetenschapper, een vakbondsafgevaardigde, een mensenrechtenadvocaat, een student die protesteert tegen besparingen en een journalist die een kritisch artikel schrijft met elkaar gemeen hebben, is vaak niet hun ideologie maar hun rol. Elk van hen draagt op zijn manier bij aan een vorm van tegenmacht die bestaande machtsverhoudingen bevraagt, bekritiseert of begrenst.

Precies daar lijkt de echte rode draad te liggen. Niet wat deze mensen zeggen, maar het feit dat ze zich organiseren. Niet de inhoud van hun kritiek, maar hun vermogen om macht ter discussie te stellen.

Meer lezen? Ga via onderstaande link naar onze website.

Auteur: Eva Vanhoorne

Theo Francken ziet tegenwoordig één grote rode draad achter zowat elk protest. Zo blijkt uit een recente Facebookpost waarin hij klimaatactivisten, studenten, antiracisten, Palestina-activisten, vakbonden en actievoerders tegen onderwijsbesparingen in één beweging onderbrengt in wat volgens hem ...

Het wordt niet zo vaak benadrukt, schrijven Bert Engelaar en Sacha Dierckx van vakbond ABVV, maar de militaire industrie...
11/06/2026

Het wordt niet zo vaak benadrukt, schrijven Bert Engelaar en Sacha Dierckx van vakbond ABVV, maar de militaire industrie heeft een directe rol in de klimaatcrisis. De productie van militair materiaal is zeer CO2-intensief. En een F-35 op groene waterstof of een oorlogsfregat als zeilboot zijn uiteraard fictie: de motoren van tanks, schepen en gevechtsvliegtuigen draaien allemaal op fossiele brandstoffen.

Cijfers over de klimaatimpact lopen uiteen, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie vanuit de krijgsmachten. Maar sommige schattingen stellen dat de wapenindustrie verantwoordelijk is voor zo’n 5 procent van de wereldwijde uitgestoten broeikasgassen. Het Amerikaanse leger alleen al zou als het een land was de 38ste grootste uitstoter ter wereld zijn, met een uitstoot groter dan Ethiopië, een land met 135 miljoen inwoners. Het is niet voor niets dat tijdens de onderhandelingen voor het Kyoto-protocol in 1997 de VS – met succes – hun goedkeuring verbonden aan de eis dat het leger uit de rapportageverplichtingen zou worden gehouden.

Oorlogen vergroten die impact natuurlijk alleen al. Er wordt geschat dat alleen al het in brand zetten van olievelden in Irak tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 2 procent van de CO2-uitstoot van dat jaar veroorzaakte. Eén volle tank voor een F-35 zou meer dan 3 keer zoveel CO2-uitstoot veroorzaken als wat een Belg gemiddeld uitstoot op een heel jaar. Die oorlogen zijn dan ook vaak bedoeld om de fossiele economie in stand te houden.

Daarnaast zal de noodzakelijke wederopbouw na conflicten uiteraard een belangrijke CO2-uitstoot veroorzaken. Bij de productie van staal, cement en alle kunststoffen die nodig zijn om verwoeste steden, wijken en dorpen weer op te bouwen, komen broeikasgassen vrij. Zelfs als er ingezet wordt op degelijke huisvesting en basisvoorzieningen voor de bewoners in plaats van op een megalomane luxe-Riviera voor Trump en zijn rijke vriendjes, zal de wederopbouw in bijvoorbeeld Gaza zeer CO2-intensief zijn.

Neem dat allemaal samen, en de klimaatimpact van de militaire wapenwedloop en conflicten is gigantisch. Op vier jaar tijd leidde de Russische oorlog in Oekraïne tot een uitstoot die ongeveer even groot is als de jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Voor de Israëlische genocide in Gaza gaat het om een uitstoot die de eerste 15 maanden al groter was dan de jaarlijkse individuele uitstoot van zo’n 100 landen. De Amerikaanse inval in Iran veroorzaakte op veertien dagen tijd zelfs al een uitstoot die even groot is als die van de 84 landen samen.

En dan kunnen we nog maar hopen dat het obscene idee, geuit door de conservatieve publicist Joshua Livestro, dat “groene doelstellingen voorlopig zullen moeten worden opgeschort” om de “oorlogsinspanning” niet te duur te maken, niet nog meer gangbaar zullen worden in een context waarin rechtse partijen en bedrijfslobby’s er al sterk in slagen om klimaatregels af te zwakken.

De klimaatcrisis is rechtstreeks verbonden met de wereldwijde wapenwedloop, schrijven Bert Engelaar en Sacha Dierckx van vakbond ABVV. Dat een vakbond pleit voor vrede en een rechtvaardig klimaatbeleid is voor hen meer dan logisch: "Klimaatinvesteringen komen in tegenstelling tot de oorlogsuitgaven....

10/06/2026

Vanaf 2026 schrapt de Vlaamse regering 100.000 euro van onze subsidies. Dat is bijna een derde van ons werkingsbudget, en heeft dus een grote impact op onze werking.

Juist nu laten wij onze stem niet het zwijgen opleggen. We willen koste wat het kost ervoor zorgen dat de stem van de sociale beweging - jouw stem - een plek heeft in het medialandschap.

Maar dat kan niet zonder jullie steun.

Word nu Bondgenoot van DeWereldMorgen voor 10 euro per maand en help ons ons werk voortzetten!

Link in bio

"Laat die vlag weg", zegt Antwerpse Coalitie voor Palestina tegen stadhuis Antwerpen Na de mededeling van burgemeester V...
10/06/2026

"Laat die vlag weg", zegt Antwerpse Coalitie voor Palestina tegen stadhuis Antwerpen

Na de mededeling van burgemeester Van Doesburg op de voorbije gemeenteraad dat de Israëlische vlag gewoon zal worden uitgehangen aan de gevel van het stadhuis, kwamen er onmiddellijk verontwaardigde reacties. Zowel van bestuurspartner Vooruit, als van de Antwerpse oppositiepartijen, maar zeker ook van vele Antwerpenaren.

Ook de leden en sympathisanten van de Antwerpse Coalitie voor Palestina zijn zwaar teleurgesteld door deze beslissing. Israël pleegt een genocide, legt het internationaal recht volledig naast zich neer en leeft ook de overeengekomen bestanden voor een staakt-het-vuren niet na. Het uithangen van deze vlag aan de gevel van het stadhuis is niet alleen een miskenning van de duizenden (oorlogs)misdaden van het land, het is bovendien een slag in het gezicht van de slachtoffers en hun familie hier in de Palestijnse gemeenschap van Antwerpen. De Israëlische vlag staat voor een van de zwartste bladzijden uit de recente geschiedenis. En toch wil het stadsbestuur het uithangen volgens procedure alsof er niets aan de hand is.

Veel burgers van Antwerpen verzetten zich vorig jaar al tegen het uithangen van de Israëlische vlag, en dat zal dit jaar niet minder zijn. Het is niet omdat er een protocol bestaat dat het zo moet worden uitgevoerd, zeker niet als daarmee het onrecht dat aan mensen – niet enkele, maar vele tienduizenden Palestijnen – wordt aangedaan nog eens extra in de verf wordt gezet, en kille abstractie maakt van internationaal erkende misdaden.

De wekelijkse betogingen in Antwerpen, die exact een jaar geleden zijn begonnen, tonen aan dat er een groot draagvlak is voor het verbreken van banden met Israël. Tot op vandaag heeft het stadsbestuur niets ondernomen dat in die richting gaat. Zelfs geen enkele erkenning of woord van steun voor de eigen Antwerpenaren met een Palestijnse roots.

"We zijn hoopvol, maar vrezen toch dat de Israëlische vlag die staat voor een genocidaal beleid, voor etnische zuivering, apartheid en straffeloze onderdrukking, zal worden uitgehangen", schrijft de Antwerpse Coalitie voor Palestina.

Maandag 15 juni plannen ze daarom weer hun wekelijkse actie op de Grote Markt, daar waar de vlag zal hangen. "We hebben hier een aanvraag voor ingediend via de officiële kanalen, maar vrezen opnieuw dat het stadsbestuur ons recht op protest niet zal respecteren", zegt de coalitie.

09/06/2026

Waarom spreekt de NAVO altijd in procenten en niet in euro’s?

Meer weten over de groeiende militarisering in Europa en benieuwd naar de alternatieven? Lees dan ons dossier ‘Is er een alternatief voor de oorlogskoorts in Europa?’ via link in bio.

Aan het einde van het schooljaar kreeg Imène Chabi, leerkracht in het volwassenenonderwijs, een kaartje van een cursist ...
09/06/2026

Aan het einde van het schooljaar kreeg Imène Chabi, leerkracht in het volwassenenonderwijs, een kaartje van een cursist van 70 jaar. Geen lange tekst, geen grote woorden. Alleen deze zin: 'Bedankt om me niet los te laten.'

Ik heb die zin meer dan één keer gelezen. Omdat hij zoveel meer zegt dan dankbaarheid alleen. Achter die woorden schuilt een jaar van proberen, twijfelen, opnieuw beginnen. Van aanwezig blijven op momenten waarop afhaken misschien eenvoudiger was geweest.

Leren op 70-jarige leeftijd is niet vanzelfsprekend. Opnieuw in een klas zitten. Fouten maken. Vragen stellen. Afhankelijk zijn van uitleg, herhaling en geduld. Het vraagt moed om op latere leeftijd weer leerling te worden. Veel moed.

Maar hij bleef komen. Les na les. Soms moe, soms onzeker, soms zoekend. En vandaag kreeg hij zijn certificaat. Verdiend. Niet als formaliteit, maar als bewijs van volharding.

Dat moment raakte mij. Als leerkracht, natuurlijk. Maar nog meer als mens. Want onderwijs is op zulke momenten veel meer dan kennisoverdracht. Het is iemand blijven zien wanneer hij twijfelt. Iemand blijven aanspreken op wat nog mogelijk is. Iemand niet reduceren tot wat vandaag nog niet lukt.

Volwassenenonderwijs wordt vaak bekeken door de bril van inzetbaarheid, bijscholing en competenties. Mensen volgen les om sterker te staan op de arbeidsmarkt, om een certificaat te behalen, om kennis op te doen. Dat klopt. Maar het is niet het hele verhaal.

Wie ’s avonds les volgt, komt niet leeg de klas binnen. Cursisten brengen hun werkdag mee, hun gezin, hun zorgen, hun vermoeidheid. Soms ook hun schaamte, hun onzekerheid of eerdere ervaringen waarin leren niet vanzelfsprekend was. Sommigen komen omdat ze op hun werk op hun honger blijven zitten. Omdat ze verdieping zoeken. Omdat ze meer willen begrijpen dan hun functieomschrijving toelaat. Omdat ze verbinding zoeken met anderen, met een taal, met een cultuur, met zichzelf.

In een klas in het volwassenenonderwijs zitten levensverhalen naast elkaar. Mensen die elkaar buiten de school misschien nooit zouden ontmoeten, delen plots dezelfde tafel, dezelfde oefening, dezelfde twijfel. Daar gebeurt iets wat moeilijk in doelstellingen te vatten is. Er ontstaat vertrouwen. Voorzichtig, kwetsbaar, maar echt.

En toch spreken we in onderwijs vandaag graag over kennis, leerplandoelen, efficiëntie en meetbare resultaten. Alles moet sneller, beter. The sky is the limit, zeggen we dan. Ook bij aanwervingen kijken we vaak eerst naar wat zichtbaar is: diploma’s, ervaring, vakkennis, competenties.

Die dingen zijn belangrijk. Natuurlijk. Zonder kennis is er geen goed onderwijs.

Maar wie alleen daarnaar kijkt, mist wat in een klas vaak het verschil maakt. Zeker in het volwassenenonderwijs, waar veel cursisten onderweg afhaken. Niet altijd uit onwil. Vaak omdat het leven luider roept dan de les: werk, kinderen, administratie, geldzorgen, vermoeidheid, stress, een gebrek aan vertrouwen.

Voor sommige cursisten is blijven komen al een prestatie. Daarom heeft volwassenenonderwijs leerkrachten nodig die meer doen dan leerstof afwerken. Leerkrachten die voelen wanneer iemand begint te verdwijnen. Die weten wanneer ze moeten uitleggen, maar ook wanneer ze moeten luisteren. Die geduld hebben met stilte. Die iemand kunnen aanmoedigen zonder hem klein te maken.

Empathie, mensenkennis en vriendelijkheid zijn moeilijk te meten. Ze passen niet makkelijk in een checklist. Ze staan zelden bovenaan in een vacature. En toch maken ze in de klas soms het verschil tussen afhaken en doorgaan. Tussen zwijgen en opnieuw durven spreken.

Misschien ben ik daarom als leerkracht zelf les blijven volgen. Niet alleen om mijn kennis bij te schaven, maar om opnieuw te voelen wat het betekent om aan de andere kant te zitten.

Om na een lange dag nog binnen te komen. Om moe te zijn en toch te proberen luisteren. Om een fout te maken waar anderen bij zijn. Om een vraag te stellen waarvan je hoopt dat die niet dom klinkt. Om te voelen hoe kwetsbaar leren kan zijn.

Wie lesgeeft, vergeet soms hoe het voelt om leerling te zijn. Zelf opnieuw les volgen heeft mij dichter bij mijn cursisten gebracht. Het heeft mij trager doen kijken. Zachter doen luisteren. Beter doen begrijpen waarom iemand soms zwijgt, aarzelt of bijna verdwijnt.

Zeker bij vreemde talen is dat belangrijk. Een taal leren is niet alleen woordenschat en grammatica. Het is ook durven spreken met een accent. Durven zoeken naar woorden. Durven fouten maken in het bijzijn van anderen. Een nieuwe taal leren is jezelf tonen op een moment waarop je je nog niet volledig kunt uitdrukken.

Daarom is taalonderwijs altijd ook menselijk werk. Het gaat over communicatie en over vertrouwen. Over cultuur en erkenning. Over spreken, maar even goed over gehoord worden.

Dat is wat volwassenenonderwijs maatschappelijk zo waardevol maakt. Het helpt mensen niet alleen vooruit op de arbeidsmarkt. Het helpt hen ook om sterker in de samenleving te staan. Om een gesprek te voeren met een collega, een school, een arts, een administratie. Om hun kinderen te ondersteunen. Om een andere cultuur minder vreemd te vinden. Om zichzelf minder vreemd te voelen.

Een samenleving wordt niet alleen beter van mensen die meer weten. Ze wordt ook beter van mensen die elkaar beter begrijpen.

Vandaag ga ik naar huis met trots en voldoening. Niet omdat alles meetbaar was. Niet omdat elk doel in een schema past. Maar omdat ik opnieuw heb gezien wat onderwijs kan betekenen wanneer het menselijk blijft.

Dat kaartje zal ik bewaren. Niet als compliment, maar als herinnering. Aan een man van 70 jaar die bleef komen. Aan een certificaat dat meer was dan papier. Aan een zin die de kern raakte.

'Bedankt om me niet los te laten.' Misschien begint goed onderwijs daar: bij iemand die blijft geloven, tot de ander het zelf weer kan.

Adres

Brussels

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Wereld Morgen nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Universiteit

Stuur een bericht naar De Wereld Morgen:

Delen