FRAME focust op onconventionele vormen van kennisoverdracht die leiden tot nieuwe denkkaders voor beelden en ruimtes. We richten ons hierbij niet enkel op het artistieke resultaat en theoretisering, maar ook op de mediumspecifieke poëtica’s, procedés en methodes waarmee het werk tot stand is gekomen. De artistieke praktijk zelf is een substantieel onderdeel van het onderzoek, als een vorm van denk
en in en door beelden en ruimtes. FRAME werkt discipline-overschrijdend met zowel onderzoekers uit diverse grafische disciplines en de vrije kunsten (MAD-Research), als uit (interieur)architectuur (ArcK). FRAME stelt het beeld centraal. Beelden worden door FRAME ruim opgevat. We hebben het niet enkel over te kaderen beelden zoals schilderijen, tekeningen, foto’s, maar ook over installaties, sculpturen, interieurs, gebouwen, landschappen, literaire teksten, zelfs metaforen en filosofische concepten worden beschouwd als cruciale verbeeldingen van de werkelijkheid, als beeldende kunst. We werken daarbij op twee sporen: aandachtig lezen en actief creëren. Het lezen van een beeld wordt steeds beïnvloed door bestaande denkkaders (verworven theorie, directe context, historische kennis, artistieke associaties etc). Door een close reading, die enkel rekening houdt met wat binnen het kader van het beeld gebeurt en met kennis die het zelf aanbiedt, kan je die denkkaders bijstellen. Het kader wordt niet aan het werk opgelegd, maar door het werk uitgedragen. We beschouwen beelden op die manier als een nieuwe vorm van kennisverwerving, een nieuwe vorm van denken. Dat vereist allereerst een uitbreiding van wat we verstaan onder denken. Kennis ontstaat vanuit het ervarende lichaam, vanuit een betekenisvolle ervaringsruimte – waarbij niet alleen cognitieve, maar ook zintuigelijke en emotionele processen een cruciale rol spelen. Door actief, artistiek onderzoek dragen we bij aan deze nieuwe denkvorm: door de ontwikkeling van eigen (denk)beelden slijp je je prisma op de wereld. Vanuit die actieve betrokkenheid in combinatie met onderzoekende aandacht, ontstaat een eigen beeldatmosfeer die gedragen wordt vanuit verschillende kaders: geduldige perceptie, analytische theorie, contextualiserende ervaringen en de act van het maken zelf. Daarbij richten we ons niet enkel op de canon. Ook snelle, nieuwe, alledaagse vormen van architectuur en beeldcultuur nemen we onder de loep. Door een confrontatie met onszelf, door concentratie en aandacht brengen we de complexiteit en vluchtigheid van de hedendaagse cultuur tot stilstand. We zoeken diepte in oppervlakkigheid en durven het gewicht van historische kunstwerken te verluchten. Voor wie aandachtig is, blijkt zelfs het meest oppervlakkige beeld, het meest banale interieur, het meest triviale voorwerp net zo complex als ieder mens. En slechts door ruimte te geven aan tijd blijkt ieder meesterwerk die stempel maar te verdienen doordat het een oppervlakkige, maar krachtige lichtheid bezit die ons toelaat nieuwe vormen te verkennen van denken, voelen en ervaren.