12/01/2016
UPDATE MINI DRONE DOSSIER
Nu Darpas en KNVvL door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgenodigd zijn zich te buigen over het opleiden en examineren van de nieuwe lichting 'Minidrone-piloten' (1-4 kilo), waarvoor de kenniseisen medio december 2015 zijn vastgesteld in overleg met (uiteindelijk slechts een extreem klein deel van) de sector, is het met name interessant juist nú de gesprekken tussen deze twee partijen te volgen.
Derhalve posten wij onderstaand verslag, 1 op 1 gekopieerd, zonder ook maar een leesteken aangepast te hebben, dat Darpas gisteren aan haar leden verstrekte. Het geeft een idee over welke kant het opgaat.
Zoals wij het begrijpen zal het advies van Darpas en KNVvL aan het Ministerie luiden dat het examen via het KEI (KNVvL Examen Instituut) dient te lopen en dat de opleiding volledig aan de markt wordt overgelaten, zonder toetsing of accreditatie van de verstrekker ervan. Of de consument hiermee gebaat is, is de vraag. Die zal mogelijk vooraf enige zekerheid wensen over de kwaliteit van de betreffende opleiding.
Daarbij zal er óók aandacht gevraagd worden voor het praktijkdeel (gewoon dus ook daadwerkelijk leren vliegen met een multirotor), waar nu in het geheel nog geen plek aan gegeven is. Verstandig.
We blijven een en ander volgen!
VERSLAG BIJEENKOMST KNVvL & DARPAS
Op 7 januari 2016 zijn de besturen van de KNVvL en DARPAS bij elkaar gekomen teneinde een gezamenlijk standpunt te bepalen met betrekking tot de vraag van Min IenM/DGB aan de twee verenigingen om voor de kenniseis bij het professioneel gebruik van minidrones tot 4 kg een borging van de opleiding en/of de examens te verzorgen.
Gegeven de vele raakvlakken die door de ontwikkelingen in de regelgeving ontstaan tussen de twee verenigingen, is er ook gesproken over intensivering van samenwerking. Deze bijeenkomst heeft plaatsgevonden op Papendal (Arnhem) en werd bijgewoond door de directeur KNVvL, voorzitter DARPAS, vertegenwoordigers modelvliegen en taskforce drones van de KNVvL en de overige bestuursleden van DARPAS.
Er is vastgesteld dat de KNVvl en DARPAS een duidelijke relatie met elkaar hebben. We hebben allebei te maken met een grote groep dronegebruikers die zich niet voegen naar de bestaande regels. Voor de beroepsmatige gebruikers van de minidrones komt er binnenkort een regeling die in een tweede slag daarna ook toepasbaar gaat worden op de hobbymatige dronegebruikers in die gewichtsklasse. Het onderscheid tussen hobbymatig en beroepsmatig gebruik komt meer en meer te vervallen.
Van hieruit is verder gesproker over de opleiding op de “off the shelve” drone systemen, welken door de leden van beide verenigingen gebruikt gaan worden. Afgesproken is dat de taskforce drone en het bestuur van DARPAS (Norbert en Frits) om de tafel gaan zitten om een juist mini drone examen te generen. Er wordt dus niets vastgesteld m.b.t. de opleidingen; het programma van eisen is door de overheid vastgesteld. Het KEI (KNVvl Examen Instituut) is een bijzonder geschikte entiteit om examens mini drones te initiëren. Dit houdt in dat we (KNVvL en DARPAS) geen opleidingsinstanties gaan certificeren tav opleidingen op mini drones, maar dat de opleidingsinstituten de kandidaten voordragen voor het afnemen van een examen (vgl rijscholen en een onafhankelijke examen afname).
Dit betekent ook dat eventuele opleidingsinstituten zorg moeten dragen dat zij de juiste informatie aan de op de mini drone op te leiden cursisten moeten geven. Ook wordt hiermee voorkomen dat certificeringen van opleidingsinstituten moeten worden geconcipieerd en audits moeten worden uitgevoerd. Immers met een vastgesteld examen, af te nemen door een onafhankelijk instituut, vallen de minder goed opgeleide direct af. Daarnaast is er ook direct een synergie gelegd tussen de recreatieve en professionele drone vlieger, zolang dat onderscheid er nog is. Voor de professionele gebruiker geldt dat de drone een BvI moeten hebben en dat er een handboek (template te regelingen door ILenT) opgesteld moet worden. Op den duur moet dit zelfs leiden dat er slechts één regeling is/komt voor het gebruik van mini drones. Dit voorstel zal verder binnen de taskforce worden uitgewerkt en voorgelegd aan de overheid.
Opgemerkt moet worden dat er niet gesproken is over de klassieke modelvlieger. Dit is exclusief een item voor de KNVvL. Wel wordt er een gezamenlijk standpunt voorbereid ten aanzien van de definities recreatieve, klassieke model- en professionele vlieger. Hierover is op 4 februari overleg met de overheid.
De KNVvL is niet alleen een vereniging van recreatieve gebruikers van het luchtruim. Een voorbeeld is de afdeling ballonvaart. Hierin zijn de recreatieve en professionele gebruikers samen te vinden. Zo’n soortgelijke samenvoeging is mogelijk ook te realiseren binnen het drone segment. Dit betekent dat de mogelijk er is dat DARPAS opgaat in de KNVvL of als zelfstandige entiteit binnen het domein KNVvL/drone een samenwerkingsverband aangaat. Een groot voordeel van samenwerking of opgaan is dat vanuit één organisatie met de overheid kan worden gepraat. En deze organisatie vertegenwoordigd dan de drie drone stromingen; model, recreatief en professioneel. En deze organisatie is sterk, gezien de huidige positie van de KNVvL (verworven na 108 jaar !) en het aantal leden dat zij dan vertegenwoordigt. Zo wordt ook voorkomen dat er (overige) andere bedrijven/instanties noodzakelijk zijn bij het overleg met de overheid. Dus één drone stem. Een andere overweging die tot deze verkenning leidt, is het voortdurende dilemma van de tijdsbesteding van DARPAS bestuursleden (honderden onbetaalde uren die worden besteedt voor het veder ontwikkelen van de branche).
We hebben met inzet van enkele leden eerder gepoogd hier een oplossing voor te vinden. Door nu te verkennen hoe we constructief met de staande infrastructuur van het KNVvL kunnen samenwerken of een intensievere band aangaan, doen we een hernieuwde poging de continuïteit en professionaliteit van een vertegenwoordiging voor de professionele onbemande luchtvaart voor de toekomst te waarborgen. Dit kan alleen maar als we gezamenlijk tot de overtuiging komen dat de belangen van de beroepsgebruikers goed tot hun recht blijven komen. De directeur KNVvL en de voorzitter van DARPAS zullen besprekingen voeren t.a.v. samenwerking/opgaan met/in de KNVvL. De resultaten daarvan zullen aan de ledenvergadering ter stemming worden voorgelegd, want dat is de bepalende instantie.