06/01/2022
JAN FABRE KRIJGT STEUN UIT THEATER- EN DANSWERELD MAAR BERUST IN VONNIS
Antwerpen, 30 mei 2022 – Jan Fabre gaat niet in beroep tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg die hem een straf met uitstel van achttien maanden oplegde.
Volgens de rechters heeft de kunstenaar zich schuldig gemaakt aan inbreuken op de welzijnswetgeving op het werk door kwetsende opmerkingen te geven aan dansers en acteurs van het theatergezelschap Troubleyn. Fabre werd ook veroordeeld voor aanranding van de eerbaarheid naar aanleiding van een kus, waarvan hij volhoudt dat die met onderlinge toestemming werd gegeven. De karikatuur die van de kunstenaar werd geschetst, wordt door de rechtbank in elk geval ontkracht. Fabre heeft zijn onschuld altijd staande gehouden, maar hij berust in het vonnis. Hij krijgt wel steun van een groot aantal (ex-)medewerkers en artiesten. De veroordeling roept immers vragen op qua artistieke vrijheid.
Geen hoger beroep
Bijna vier jaar lang al staat Jan Fabre in het oog van een mediastorm, na de publicatie van een open brief, waarin hij door een aantal voormalige dansers en acteurs van het gezelschap Troubleyn werd beticht van grensoverschrijdend gedrag. Hij verkiest nu te berusten in het vonnis van de rechtbank, ook al valt de uitspraak hem bijzonder zwaar. Beroep aantekenen zou betekenen dat de hele controverse rond de persoon van Jan Fabre een tweede leven zou gaan leiden. Dat ziet de theatermaker liever niet gebeuren. De zaak heeft al veel te lang aangesleept en de reputatieschade die werd aangericht, is onherroepelijk. Jan Fabre wil zich nu samen met zijn gezelschap vooral concentreren op de kunst en de toekomst.
Nooit willen kwetsen
Jan Fabre werd veroordeeld voor vijf feiten ten aanzien van zes performers. Een tongzoen, waarvan Fabre altijd heeft gezegd dat die met onderlinge toestemming werd gegeven, heeft geleid tot een veroordeling voor aanranding van de eerbaarheid. Voor twee performers gaat het om een repetitie waarbij aan een mannelijke performer werd gevraagd om de vagina’s van de vrouwen te beschrijven. Dat beschouwden de rechters als een inbreuk op de welzijnswet. Hetzelfde geldt voor een richtlijn over een pose in het kader van een professionele fotoshoot.
Ook een poging tot toenadering van een ex-performer die zou hebben plaatsgevonden in het appartement van Jan Fabre, kon voor de rechters niet door de beugel. De vrouw werd door de politie nooit verhoord. Toch oordeelde de rechtbank dat het gedrag van Fabre ongepast was omdat hij zou hebben geprobeerd haar te kussen en zijn handen op haar borsten zou hebben gelegd. In haar schriftelijke verklaring stelde de vrouw dat hij onmiddellijk stopte toen ze zei dat ze dit niet wenste, maar dat bleek onvoldoende om een veroordeling te vermijden. Fabre zelf heeft die feiten altijd ontkend.
Een vijfde en laatste feit heeft betrekking op het geven van een bijnaam aan een ex-performer. Dat is iets wat Fabre wel vaker doet, zij het met de beste bedoelingen. Maar de bijnaam ‘Brazilian chocolate’ was volgens de rechtbank grensoverschrijdend. Hetzelfde geldt ook voor een opmerking die Fabre maakte tijdens een repetitie, waarbij hij diezelfde performer tijdens een dansscène “een kip zonder kop” noemde. Hij gebruikte die uitdrukking om te wijzen op een gebrek aan concentratie.
Jan Fabre benadrukt met klem dat hij nooit de bedoeling heeft gehad om acteurs of dansers te kwetsen. Hij beseft wel dat sommige van zijn opmerkingen kwetsend kunnen zijn overgekomen. Daarvoor heeft hij zich tijdens het proces al verontschuldigd in een persoonlijke brief, die door zijn advocaten werd voorgelezen in de rechtbank.
Artistieke vrijheid
De uitspraak in het proces tegen Jan Fabre roept vragen op bij het begrip “artistieke vrijheid”. Zo waren de rechters dus van mening dat Fabre als artistiek leider van Troubleyn te ver ging toen hij aan een mannelijke performer vroeg om de vagina’s van vrouwelijke danseressen te beschrijven. Het was een oefening gericht op inleving voor de befaamde ‘Tantalus Scene’ van de voorstelling ‘Mount Olympus’, waarbij danseressen hun mannelijke tegenspeler lokken met hun geslachtsorgaan. De instructie was een duidelijke metafoor om de concentratie van de acteur aan te scherpen. De rechters oordeelden dat de kunstenaar ook op een andere wijze richtlijnen had kunnen geven om de acteerprestatie te bevorderen.
De rechtbank had ook moeite met een pose tijdens een fotoshoot die gebaseerd was op verschillende kunstwerken van grote meesters, zoals Rubens. Verschillende performers werden naakt gefotografeerd in het bijzijn van professionele fotografen en assistenten. Fabre vroeg een model om zich om te draaien, haar benen te spreiden en haar hoofd tussen haar benen te laten hangen. De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat deze pose enige artistieke waarde had, noch dat deze zou geïnspireerd geweest zijn door het werk van Rubens.
De rechtbank begeeft zich met deze uitspraak op het pad van inmenging in de artistieke vrijheid van een kunstenaar. De rechters vormen hun oordeel over de schuld immers op de afweging of bepaalde handelingen al dan niet ‘artistieke waarde’ hebben. De vraag is hoe ver een rechter kan gaan bij het evalueren van een artistiek proces en of deze uitspraak geen gevolgen zal hebben voor andere kunstenaars.
ReFrame-platform: kunstenaars steunen Fabre
Dat de zaak Fabre in de kunstwereld vragen oproept, mag duidelijk zijn. Maar liefst 175 (ex-)medewerkers en collega’s uit de dans- en theaterwereld hebben een gezamenlijke verklaring opgesteld. De lijst van ondertekenaars die zich hebben verzameld in het collectief ReFrame (www.reframeplatform.com) groeit nog elke dag aan. Zij kunnen zich niet vinden in het beeld dat van Jan Fabre werd opgehangen. Zij verwijzen ook naar het feit dat de vrijheid van artistieke expressie, die Jan Fabre en elke andere kunstenaar kenmerkt, alleen kan ontstaan in een veilige omgeving. Fabre zelf beklemtoont de onafhankelijkheid van het ReFrame-platform dat vanuit de basis is ontstaan en in geen geval op zijn vraag in het leven werd geroepen. Het zijn de medewerkers en kunstenaars zelf die op eigen initiatief in de pen gekropen zijn, omdat zij de grootste moeite hadden met de cancel cultuur en de karikatuur die van Jan Fabre werd gecreëerd in de aanloop naar het proces.
Karikatuur ontkracht
Jan Fabre werd niet veroordeeld voor zes van de twaalf aantijgingen. Voor de kunstenaar, die op een volledige vrijspraak had gerekend, blijft dat een ontgoocheling. Het feit dat de veroordeling met uitstel werd uitgesproken, is niet onbelangrijk. Van een effectieve straf is geen sprake. Nog belangrijker is dat het vonnis het karikaturale beeld dat van Fabre is geschetst, volledig ontkracht. De rechtbank stelt uitdrukkelijk dat Jan Fabre niet terecht stond voor zijn karakter, niet voor zijn algemene stijl van leiderschap of voor een algemeen negatief werkklimaat. Van de buitensporige beschuldigingen zoals ‘toxische werkomgeving’, systematisch machtsmisbruik of van de groteske slogan ‘no s*x no solo’ werd geen spaander heel gelaten.
Persbericht van Advocaat Eline Tritsmans
*****
Indien je hierna graag je steun betuigt met een handtekening (anoniem of met naam) op het onafhankelijk ReFrame-platform:
Dank om even door te klikken naar https://reframeplatform.com/statement/
Alle steun verwarmt en versterkt.
Statement en ondertekenaars: https://reframeplatform.com/statement/
*****
photo : © Carlotta Manaigo